Heeft u nog vragen ?

Contacteer ons op
0496 93 98 060496 93 98 06

Ammonieten

Ammonieten (Ammonoidea) zijn een uitgestorven onderklasse van de Cephalopoda (inktvissen). Het zijn zeedieren die wereldwijd in groten getale voorkwamen in het laat-Paleozoïcum en gedurende het gehele Mesozoïcum. Ze worden als fossiel teruggevonden. Ammonieten hebben een vlakke spiraalvormige schelp die opgebouwd is uit verschillende kamers. Telkens als het dier te groot wordt voor de huidige kamer, wordt een nieuwe grotere buitenste kamer gevormd. In deze buitenste kamer leeft het dier, dat de andere lege kamers verder gebruikt als middel om verticaal te bewegen. De ammoniet scheidt gas uit in deze kamers om zo de stijgkracht op de schelp te regelen. Ammonieten kwamen voor in honderden soorten en variëteiten.

Ammonieten verschenen voor het eerst in het laat-Siluur, overleefden de Perm-Trias extinctie met opvallend weinig soorten en kwamen tot een echte bloei gedurende het Mesozoïcum. Op het einde van deze periode (65 miljoen jaar geleden) stierven de meeste ammonieten uit, net zoals de dinosauriërs. Fossielen uit Nederland en Denemarken lijken echter aan te tonen dat de laatste ammonieten nog tot in de oudste lagen van het Paleoceen voorkwamen. Het jongst bekende fossiel van een ammoniet komt uit Denemarken en behoort toe aan Hoploscaphites constrictus, die nog tot ongeveer 65.3 miljoen jaar geleden voorkwam, zo'n 0,2 tot 0,65 miljoen jaar na de massa extinctie, en mogelijk zelfs nog een half miljoen jaar langer. Deze kleine populaties waren echter niet genoeg om de laatste ammonieten van de ondergang te redden. Men denkt dat de ammonieten door hun voortplantingsstrategie uitstierven. De jongen maakten deel uit van het plankton dat aan het zeeoppervlak dreef. Zure regen en verduistering van de zon door stofwolken zorgden waarschijnlijk voor slechte condities voor de eitjes en de jongen om zich te ontwikkelen.

Sorteren volgens